Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons Cookie beleid

Accepteer cookies

Geschiedenis

In het kort

De Tweede Wereldoorlog was eigenlijk nog maar net afgelopen, of er werd in Leeuwen weer gevist. Ook in andere Midden-Limburgse Maasdorpen werd de draad van het leven weer opgepakt en daar hoorde voor velen ook (weer) vissen bij. In eerste aanleg gebeurde het allemaal ongeorganiseerd en hier en daar met wat “beroepsvissers achtige” manieren, niet veel later kwam de overheid steeds meer in beeld met regels en vergunningenstelsels, die het noodzakelijk maakten dat vissers zich organiseerden in verenigingen.
Zo werd ook in Leeuwen, net als in vele andere plaatsen, besloten een vereniging op te richten. Na een korte voorbereiding en overleg met instanties werd Hengelsportvereniging St. Petrus op 27 april 1949 officieel opgericht en was de georganiseerde hengelsport in Leeuwen een feit. Voor het oprichtingsverslag klik hier!



Bekende mensen die aan de wieg van St. Petrus hebben gestaan of vlak na de oprichting lid werden, waren Driek Hodzelmans, Dré Beckers, Sjaak Spee, Caspar Vossen, Driek Janssen, Jan v.d. Port, Mart Lamers en Jan Wijers.
Een bestuur werd benoemd en de vereniging kon zich gaan ontwikkelen en zorgen voor goede hengelsport. Toen waren er nog geen schrijfmachines, de notulen waren handwerk. De penningmeester notuleerde op de achterkant van een sigarendoosje.
Men beschikte in die tijd niet over veel geld. Een hengelsportuitrusting was met 10 gulden dik betaald. Het visdomein van St. Petrus strekte zich uit van de stuw tot “De Sjtille” en de Maas. Een beperkt gebied, maar ruim voldoende voor het toen nog beperkt aantal vissers. “En toch was er toen al koningsvissen. De eerste prijs bestond uit een pakje sigaretten, maar de koning was verplicht een rondje te geven bij An aan de Maas.

Omdat vooral om financiële redenen niemand koning wilde worden, werd gevist met de “blote angel”.
Gezette-Jan uit Asenray wilde echter die van Leeuwen een poepie laten ruiken en ving met een “pierling” een grote brasem en werd op hetzelfde moment koning. Maar toen hing de kat in de gordijnen, want Jan had maar twee kwartjes in de beurs; een glas bier kostte in die tijd een kwartje. Hij mocht gelukkig poffen bij An, maar moest wel een maand lang in heel Midden-Limburg de krant bezorgen, toen nog “Tante Bet”.
De contributie bedroeg overigens in die tijd 5 gulden per jaar.
In 1967 werd de Willem Alexanderhaven officieel geopend en kreeg St. Petrus, na overleg met de gemeente, er een prachtig viswater bij.
Toen het verenigingslokaal aan het Borgeind werd gesloten, werd bij café-restaurant Mijnheerkens een nieuw onderkomen gevonden. Een prachtige locatie, direct aan het viswater gelegen. Beter kon en kan niet, zeker in combinatie met de gevoelde gastvrijheid van de uitbater. “Waem haet det?”.
Momenteel zijn er wat onrustige tijden voor onze vereniging. Het bestaande viswater, de Willem Alexanderhaven (nu Schippershaven), staat onder druk in verband met uitbreiding van industriële activiteiten. Een zoektocht naar vervangend viswater (Het Geweyt Asselt) heeft niet het gewenste resultaat opgeleverd, waardoor de haven de enige serieuze optie blijft. Gelukkig lijken ontwikkelingen vanuit de Gemeente en Rijkswaterstaat dit verblijf langer mogelijk te gaan maken, waarbij in overleg met alle betrokken partijen een goede oplossing lijkt te kunnen worden gevonden.
Voor dat laatste in het bijzonder en voor de hengelsport in het algemeen, blijven we ons van harte inzetten.